ECLI:NL:HR:2020:268

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
13 februari 2020
Zaaknummer
18/05377
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.1.a WVW 1994Art. 344a lid 3 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak doorrijden na ongeval en bewijsgebruik anonieme verklaring

In deze zaak stond verdachte terecht voor doorrijden na een ongeval, waarbij een anonieme schriftelijke verklaring van een buurtbewoner als bewijs werd gebruikt. De verdediging had aangegeven deze persoon te willen ondervragen, waardoor het gebruik van deze verklaring ter bewijsvoering volgens de Hoge Raad in strijd was met artikel 344a lid 3 Sv.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld, waarna cassatieberoep werd ingesteld. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtsontwikkeling of eenheid.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bevestigd. De uitspraak onderstreept het belang van het recht op ondervraging van getuigen en de beperkingen op het gebruik van anonieme verklaringen in strafzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05377
Datum18 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2018, nummer 21/006568-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 februari 2020.