ECLI:NL:HR:2020:29

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2020
Publicatiedatum
10 januari 2020
Zaaknummer
18/04045
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake onrechtmatige overheidsdaad bij bouwvergunning

In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen de gemeente Noordoostpolder vanwege een onrechtmatige overheidsdaad. Het geschil betreft de ten onrechte afgewezen aanvraag voor een bouwvergunning, die uiteindelijk van rechtswege werd verleend wegens het niet tijdig beslissen door de gemeente.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 8 juli 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1454) en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2018. De klachten van eiseres tegen het arrest van het hof zijn beoordeeld, maar leiden niet tot vernietiging van dat arrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de proceskosten, begroot op een bedrag van € 8.862,34, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04045
Datum10 januari 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: aanvankelijk R.M. Hermans en thans J.W.M.K. Meijer,
tegen
GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER,
zetelende te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: M.W. Scheltema.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 15/01908, ECLI:NL:HR:2016:1454 van 8 juli 2016;
het arrest in de zaak 200.207.795/01 van gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2018.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. L. Di Bella en voor de Gemeente mede door mr. S.J.M. Bouwman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
10 januari 2020.