Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
zetelende te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 januari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen de gemeente Noordoostpolder vanwege een onrechtmatige overheidsdaad. Het geschil betreft de ten onrechte afgewezen aanvraag voor een bouwvergunning, die uiteindelijk van rechtswege werd verleend wegens het niet tijdig beslissen door de gemeente.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 8 juli 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1454) en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2018. De klachten van eiseres tegen het arrest van het hof zijn beoordeeld, maar leiden niet tot vernietiging van dat arrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de proceskosten, begroot op een bedrag van € 8.862,34, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.
Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.