Conclusie
1.Inleiding, feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
daaroverniets concreets gesteld. De stelling van [eiseres] bij pleidooi omvat niet meer dan de enkele stelling dat de Gemeente welbewust de aanvraag voor de bouwvergunning in de la heeft laten liggen. De stellingen die [eiseres] in punt 20 van haar memorie van grieven heeft aangevoerd komen erop neer dat niet te verklaren is waarom de beslissing op de aanvraag zo lang, te weten ruim drie jaar na ontvangst (pleitnota eerste aanleg punt 15), op zich heeft laten wachten. Ook hierbij gaat het om stellingen die zonder feitelijke onderbouwing ervan niet de conclusie rechtvaardigen dat de Gemeente welbewust de aanvraag in de la heeft laten liggen noch de conclusie dat er dit een onrechtmatig handelen jegens [eiseres] zou opleveren. Een dergelijke feitelijke onderbouwing ontbreekt evenwel. Dit betekent dat deze stelling, die door de Gemeente voldoende gemotiveerd is bestreden, reeds strandt op het ontbreken van een voldoende concrete onderbouwing ervan. Voor bewijslevering als door [eiseres] bij pleidooi aangeboden bestaat bij deze stand van zaken geen grond.”
daaroverniets concreets gesteld.” Uit de cursivering door het hof van het woord ‘daarover’ blijkt dat het hof meende dat het na cassatie en verwijzing nog slechts een oordeel kon geven over dit specifieke thema (vgl. ook rov. 3.10).