Uitspraak
gevestigd te Assen,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 februari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of een werknemer die na drie opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij Taxi Dorenbos via een payrollbedrijf (T4T) bleef werken, toch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had met de oorspronkelijke werkgever. De werknemer had eerst drie tijdelijke contracten bij Taxi Dorenbos, waarna een uitzendovereenkomst via T4T volgde, terwijl hij dezelfde werkzaamheden bleef verrichten.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat ondanks de formele payrollconstructie, feitelijk sprake was van een voortzetting van de arbeidsrelatie met Taxi Dorenbos. De payrollovereenkomst was volgens het hof slechts bedoeld om de ketenregeling te omzeilen, hetgeen niet is toegestaan. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat vanaf het moment dat de werknemer via T4T bij Taxi Dorenbos werkte, een vierde arbeidsovereenkomst bestond, waardoor op grond van de ketenregeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.
De Hoge Raad benadrukte dat de ketenregeling (art. 7:668a oud BW) beoogt zekerheid te bieden aan werknemers en dat afwijking ten nadele van de werknemer alleen bij CAO of bevoegde regeling is toegestaan. De payrollconstructie mocht niet worden gebruikt om deze bescherming te frustreren. Het beroep van Taxi Dorenbos werd verworpen en de kosten werden aan Taxi Dorenbos opgelegd.
Uitkomst: Er is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan tussen werknemer en Taxi Dorenbos vanaf 5 september 2014.