ECLI:NL:HR:2020:353
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2009 tot en met 2015, inclusief beschikkingen over heffingsrente en belastingrente.
Het beroepschrift voldeed niet aan de eis van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 28 februari 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.