Uitspraak
11 Vaststellingsovereenkomst
2.Omschrijving van de onzekerheid
4.Inhoud van overeenkomst
5.Geldigheidsduur van overeenkomst
6.Afstand van rechtsmiddelen
7.Nadere voorwaarden en afspraken
ten minsteeen positief resultaat zou behalen in 2015. Het Hof is voorts van oordeel dat het belanghebbende redelijkerwijs ook duidelijk moet zijn geweest dat deze voorwaarde werd gesteld en dat de Inspecteur ook ervan mocht uitgaan dat dit belanghebbende duidelijk was, zeker nu belanghebbende bij de overleggen die aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst zijn voorafgegaan, werd vertegenwoordigd door zijn vader, werkzaam bij [E] ) administratiekantoor. Het Hof acht bovendien aannemelijk dat het belanghebbende ook daadwerkelijk duidelijk was dat sprake was van cumulatieve eisen zoals hiervoor uitgelegd, gelet op zijn brief van 19 mei 2017 aan de Inspecteur, waarin hij schrijft: “De afspraken van toendertijd zijn niet gehaald, daar heeft u volkome gelijk in (...)”.
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.