ECLI:NL:HR:2020:401
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2019 betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014, inclusief de beschikking inzake belastingrente en de beschikking op grond van artikel 3.151 lid 1 Wet IB 2001.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie is het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier, in openbaar op 13 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.