ECLI:NL:HR:2020:410
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2014
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel nader toe te lichten, omdat het geen vragen betrof die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om een veroordeling op te leggen. Het arrest is op 13 maart 2020 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.