Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde lokaalvredebreuk. Het hof legde een gevangenisstraf van twee weken op, waarvan één week voorwaardelijk, en motiveerde dit mede door te verwijzen naar eerdere onherroepelijke veroordelingen van de verdachte voor hetzelfde delict.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de eerdere veroordelingen onherroepelijk waren, omdat het uittreksel uit de Justitiële Documentatie waarop het hof zich baseerde, dit niet ondersteunt. Hierdoor is de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en beslissing over de strafoplegging. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.