ECLI:NL:PHR:2021:580
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onjuiste motivering recidive bij diefstal
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week voor diefstal van wijnflessen op 14 juni 2019. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar een eerdere onherroepelijke veroordeling van de verdachte, die hem er kennelijk niet van weerhield het onderhavige feit te plegen.
De verdachte stelde cassatie in tegen de strafoplegging met het middel dat het hof ten onrechte rekening hield met een eerdere onherroepelijke veroordeling, terwijl deze veroordeling ten tijde van het gepleegde feit nog niet onherroepelijk was. De Hoge Raad bevestigde dat de strafmotivering ontoereikend was omdat de onherroepelijkheid van de eerdere veroordeling pas na het gepleegde feit was ingetreden.
De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de straf. De conclusie van de procureur-generaal benadrukte dat de regels omtrent het betrekken van niet ten laste gelegde feiten bij de strafoplegging strikt moeten worden nageleefd, met name dat de eerdere veroordeling onherroepelijk moet zijn ten tijde van het gepleegde feit als daaraan strafverzwarende betekenis wordt toegekend.
Uitkomst: Strafoplegging vernietigd wegens onjuiste motivering omtrent recidive; zaak terugverwezen voor nieuwe strafoplegging.