Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
24 maart 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake meerdere strafbare feiten waaronder medeplegen brandstichting en poging tot oplichting.
De kern van het cassatieberoep betreft het feit dat het hof niet heeft beslist op een verzoek van de verdediging tijdens de terechtzitting in hoger beroep om een nieuw psychologisch onderzoek te laten verrichten. Dit verzoek was voorafgaand aan de zitting afgewezen door de poortraadsheer, maar de verdediging herhaalde het verzoek ter zitting.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzoek kwalificeert als een verzoek tot benoeming van een deskundige op grond van art. 315 jo Pro. 328 Sv, waarop een uitdrukkelijke beslissing vereist is door de rechter die de zaak behandelt. Het hof heeft nagelaten hierop te beslissen, waardoor nietigheid is ontstaan op grond van art. 330 jo Pro. 415 Sv.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het gaat om de strafbaarheid en strafoplegging van de verdachte en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-beslissen op het verzoek tot nieuw psychologisch onderzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.