Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Strafbaarheid
b. van de verdachte
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk brandstichten en een ontploffing teweegbrengen, poging daartoe, poging tot oplichting, verduistering en valse aangifte. Zowel rechtbank als hof verwierpen het beroep op psychische overmacht, ondanks een psychologisch rapport dat lichte vermindering van toerekeningsvatbaarheid adviseerde.
De verdediging verzocht voorafgaand en tijdens de terechtzitting in hoger beroep om een nieuw psychologisch onderzoek, omdat de verdachte zijn verhaal over de ervaren druk niet voldoende had kunnen toelichten in het eerste rapport. Dit verzoek werd door de poortraadsheer afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het hof nam geen uitdrukkelijke beslissing op het herhaalde verzoek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof dit verzuim heeft begaan en dat dit leidt tot nietigheid van het onderzoek en het arrest. Hoewel het verzoek onvoldoende onderbouwd was, heeft de verdachte een rechtens te respecteren belang bij een beslissing van het hof, omdat de afwijzing door de poortraadsheer geen definitieve beslissing is.
De Hoge Raad wordt geadviseerd het arrest te vernietigen voor zover het gaat om de strafbaarheid en strafoplegging, en de zaak terug te wijzen naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het niet beslissen op het verzoek tot een nieuw psychologisch onderzoek en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.