Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
31 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2018. De verdachte werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van hennepteelt en witwassen. In cassatie werden verschillende klachten ingebracht over de bewezenverklaring en strafmotivering.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 31 maart 2020. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.