ECLI:NL:HR:2020:582
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Vermindering erfbelasting door verrekening schenkbelasting bij schenking binnen 180 dagen voor overlijden
De zaak betreft de verrekening van schenkbelasting met erfbelasting bij een schenking die binnen 180 dagen voor het overlijden van de schenker is gedaan. De moeder van belanghebbende overleed op 20 april 2016. In 2015 had zij tweemaal een schenking gedaan aan belanghebbende, waarvan één schenking van € 80.000 op 23 december 2015 binnen 180 dagen voor haar overlijden viel.
De vraag was tot welk bedrag de betaalde schenkbelasting van € 7.972 in mindering mocht worden gebracht op de erfbelasting. Het Hof had dit bedrag berekend op € 7.503, gebaseerd op een verhouding tussen de schenking en de som van schenkingen in dat kalenderjaar.
In cassatie stelde belanghebbende dat de vermindering op basis van de verhouding tussen de schenking en de totale verkrijging krachtens erfrecht moest worden berekend, wat een lager bedrag opleverde. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van belanghebbende gegrond was en vernietigde het arrest van het Hof. De uitspraak van de Rechtbank, die de zaak anders had beoordeeld, werd bevestigd.
Daarnaast wees de Hoge Raad het incidentele cassatieberoep van belanghebbende af, waaronder het verzoek tot een kostenvergoeding. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 3 april 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank over de juiste berekening van de verrekening van schenkbelasting met erfbelasting.