ECLI:NL:HR:2020:476
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Verrekening schenkbelasting met erfbelasting bij schenking binnen 180 dagen voor overlijden
De zaak betreft een geschil over de verrekening van schenkbelasting met erfbelasting bij schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden van de schenker zijn gedaan. De moeder van belanghebbende overleed op 20 april 2016 en had in 2015 twee schenkingen gedaan aan belanghebbende, waarvan één binnen 180 dagen voor haar overlijden.
Belanghebbende had schenkbelasting betaald over beide schenkingen en de vraag was in hoeverre deze schenkbelasting in mindering kon worden gebracht op de erfbelasting. Het Hof had de schenkbelasting naar evenredigheid toegerekend over de twee schenkingen en een vermindering van erfbelasting berekend op basis van deze evenredige toerekening.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 27 Successiewet Pro voorschrijft dat schenkingen binnen hetzelfde kalenderjaar door dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde als één schenking worden beschouwd en dat de schenkbelasting daarom evenredig moet worden toegerekend. Tevens werd geoordeeld dat de vermindering van erfbelasting overeenkomstig artikel 7, lid 2, Successiewet niet hoger kan zijn dan het bedrag van de erfbelasting die over de fictieve verkrijging wordt geheven. Hierdoor werd het principale beroep gegrond verklaard en het incidentele beroep ongegrond, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, waarbij de schenkbelasting evenredig wordt toegerekend en de vermindering van erfbelasting maximaal het bedrag van de erfbelasting over de fictieve verkrijging bedraagt.