Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
Het middel slaagt. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep van respectievelijk € 50, € 100 en € 320. Hiervan uitgaande had het Hof de Inspecteur moeten veroordelen tot betaling van een vergoeding van in totaal € 470, en niet, zoals het Hof heeft gedaan, tot betaling van een vergoeding van in totaal € 450.
De vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep moet worden verhoogd tot € 1.000.
Het door het Hof als totaal vastgestelde bedrag van vergoeding voor kosten van rechtsbijstand voor de fasen van bezwaar, beroep en hoger beroep moet worden verhoogd tot € 470.