ECLI:NL:HR:2020:631

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
19/03298
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 644 SvNAArt. 36g Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid betekening oproeping hoger beroep bij domiciliekeuze verdachte

In deze strafzaak over diefstal met geweld op Curaçao werd de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep uitgereikt aan de advocaat op haar kantooradres, waar de verdachte domicilie had gekozen, maar niet aan het daadwerkelijke woon- of verblijfadres of het adres van inschrijving in het bevolkingsregister. De Hoge Raad oordeelt dat de betekening op deze wijze niet rechtsgeldig is, omdat de wet onder woon- of verblijfplaats ook het adres in het bevolkingsregister verstaat en er geen wettelijke basis is voor domiciliekeuze.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden vonnis en nietigverklaring van de oproeping. Het hof had de betekening als geldig beschouwd, maar de Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal en vernietigt het vonnis. De nietigheid van de oproeping heeft gevolgen voor de geldigheid van de procedure in hoger beroep.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening conform de wettelijke voorschriften en onderstreept dat domiciliekeuze door verdachte geen vervanging kan zijn van de woon- of verblijfplaats zoals bedoeld in de wet. Dit arrest geeft daarmee duidelijkheid over de eisen aan rechtsgeldige oproeping in strafzaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep nietig wegens onjuiste uitreiking.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03298
Datum14 april 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 21 maart 2019, nummer H-148/2017, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Greven, advocaat te Borne, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot nietigverklaring van de oproeping in hoger beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2019 geldig is betekend (uitgereikt).
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 12 tot en met 14 is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2019 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2020.