Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
14 april 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van schennis van de eerbaarheid door het tonen van zijn geslachtsdeel in erectie aan een voorbijgangster op straat. Het hof had de verdachte veroordeeld mede op basis van de verklaring van de aangeefster en de nabijheid van de verdachte kort na het incident.
De Hoge Raad oordeelt dat de enkele verklaring van één getuige onvoldoende is voor een bewezenverklaring volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro, tenzij deze voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de aanwezigheid van de verdachte nabij de plaats delict en het telefonische contact van de aangeefster met politie en echtgenoot voldoende steun bieden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende steunbewijs en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.