Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een conclusie van dupliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende was in 2015 medegerechtigd tot het erfpachtrecht van een onroerende zaak in Amsterdam. De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stuurde de beschikking Wet WOZ 2015 aan een andere medegerechtigde en weigerde de gevraagde beschikking aan belanghebbende te verstrekken. Hiertegen volgden bezwaar, beroep en hoger beroep, waarin belanghebbende niet in het gelijk werd gesteld.
Het beroep in cassatie richtte zich tegen deze weigering. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2020:596) waarin soortgelijke klachten zijn behandeld. Op basis daarvan oordeelt de Hoge Raad dat de weigering onterecht was en vernietigt de uitspraken van het Hof, de Rechtbank en de heffingsambtenaar.
De Hoge Raad draagt de heffingsambtenaar op om alsnog een voor bezwaar vatbare beschikking Wet WOZ 2015 aan belanghebbende te geven. Tevens worden het college van burgemeester en wethouders en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten, waaronder vergoeding van griffierechten en kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest bevestigt het recht van medegerechtigden tot het verkrijgen van een eigen beschikking Wet WOZ en benadrukt de zorgvuldigheid die de heffingsambtenaar moet betrachten bij de afgifte ervan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de weigering van de beschikking Wet WOZ 2015 en draagt op tot afgifte aan belanghebbende.