Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een conclusie van dupliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende werd na 2015 gerechtigd tot het erfpachtrecht van een onroerende zaak in Amsterdam en verzocht om een beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ. De heffingsambtenaar weigerde deze beschikking te geven, waarna belanghebbende bezwaar maakte en in beroep ging bij de rechtbank en het gerechtshof, die het bezwaar ongegrond verklaarden.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwees naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2020:597) en oordeelde dat de weigering van de beschikking onterecht was. De eerdere uitspraken van rechtbank en hof werden vernietigd.
De Hoge Raad droeg de heffingsambtenaar op om alsnog een voor bezwaar vatbare beschikking te geven voor het jaar 2015. Daarnaast werden de proceskosten en griffierechten ten gunste van belanghebbende toegewezen. De zaak werd daarmee definitief afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en draagt de heffingsambtenaar op een beschikking te geven op grond van de Wet WOZ.