Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een geschil met het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel nader toe te lichten, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard. Het arrest is op 17 april 2020 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, met deelname van de vice-president en vier raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.