ECLI:NL:HR:2020:775
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting aanslagen 2012 en 2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2012 en 2013 werd behandeld. De Staatssecretaris van Financiën trad als verweerder op en heeft een verweerschrift ingediend. Na beoordeling van de klachten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor deze beslissing, omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals voorgeschreven in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2020. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en wordt het beroep in cassatie van belanghebbende verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.