ECLI:NL:HR:2020:780
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, VOF [X], heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag en een voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De Staatssecretaris van Financiën en de Staat hebben verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraken.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 24 april 2020 in het openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraken van het Gerechtshof Den Haag blijven in stand.