ECLI:NL:HR:2020:812
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over WOZ-beschikking en OZB-aanslag
Belanghebbende, Stichting [X], maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een geschil over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2016 betreffende een onroerende zaak te [Z]. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant verworpen.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en is het geschil definitief beslecht.
Deze uitspraak betreft een bestuursrechtelijke zaak met belastingrechtelijke aspecten, waarbij de Hoge Raad de cassatiebevoegdheid beperkt toepast en het belang van rechtsontwikkeling en rechtsuniformiteit centraal staat.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.