ECLI:NL:HR:2020:817
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, had beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012 en 2013, inclusief beschikkingen over belastingrente. Na behandeling door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch, richtte belanghebbende zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad daarom gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2020. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen en blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.