ECLI:NL:HR:2020:86

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
18/04621
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 225.1 SrArt. 225.2 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak medeplegen witwassen en valsheid in geschrift

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van witwassen en medeplegen van valsheid in geschrift. De criminele organisatie waar hij deel van uitmaakte, had geldbedragen die uit oplichting van banken waren verkregen, witgewassen door deze bedragen te verspreiden over verschillende rekeningen in binnen- en buitenland, contant op te nemen, goudstaven te kopen en achteraf valselijke documenten op te maken.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat de bewezenverklaring omtrent het witwassen, in het bijzonder dat de gelden uit misdrijf waren verkregen, toereikend was gemotiveerd.

De Hoge Raad wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het arrest van het hof, waarmee de veroordeling van de verdachte in stand bleef.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 januari 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen witwassen en valsheid in geschrift blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04621
Datum21 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2018, nummer 23/001482-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K.A. Krikke, advocaat te Baarn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2020.