ECLI:NL:HR:2020:866
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing punten voor conclusie van repliek in parkeerbelastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam. In het hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag diende belanghebbende na het verweerschrift een stuk in met het opschrift 'conclusie van repliek'. Het hof kende hiervoor geen punten toe bij de proceskostenveroordeling omdat het belanghebbende niet de gelegenheid had gegeven tot repliek.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen punten had toegekend voor deze conclusie van repliek. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 8:43 Awb Pro bepaalt dat de rechter kan besluiten om schriftelijke repliek toe te staan, maar dat het hof dit niet had gedaan en ook de wederpartij geen duplicemogelijkheid had geboden. Hierdoor mocht het hof het stuk niet als repliek aanmerken en geen punten toekennen.
De overige klachten van belanghebbende faalden eveneens, zonder nadere motivering door de Hoge Raad. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hof heeft terecht geen punten toegekend voor de conclusie van repliek.