ECLI:NL:HR:2020:87

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2020
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
18/04210
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 140 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak deelname criminele organisatie en medeplegen witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen. De criminele organisatie zou geldbedragen, verkregen uit oplichting van banken, hebben witgewassen door deze bedragen via diverse rekeningen in binnen- en buitenland te sluizen, contant op te nemen, goudstaven te kopen en achteraf valse documenten op te maken.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte een verzoek tot het horen van twee getuigen had afgewezen zonder voldoende motivering. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand. De uitspraak bevestigt de zorgvuldigheid van het hof in de bewijsvoering en de motivering van het oordeel over het horen van getuigen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04210
Datum21 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 juli 2018, nummer 23/003370-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben F.A. ten Berge en P. van der Geest, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2020.