ECLI:NL:HR:2020:879
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over conserverende navorderingsaanslag in successierecht
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aan belanghebbende opgelegde conserverende navorderingsaanslag in het recht van successie.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 22 december 2017 een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. Vervolgens stelde de Staatssecretaris beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak kan leiden. Omdat het middel geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevat, is geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 525 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens wordt een griffierecht geheven van € 519.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de conserverende navorderingsaanslag en sluit het geding definitief af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en deze wordt veroordeeld in de proceskosten.