Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
26 mei 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens meermalige ontucht met zijn schoonzusje, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd en een schadevergoedingsmaatregel getroffen waarbij vervangende hechtenis kon worden toegepast bij niet-betaling.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan, en verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over strafmotivering en bewijs niet tot vernietiging leiden, maar dat de redelijke termijn was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden, wat een vermindering van de straf tot 23 maanden rechtvaardigt.
Daarnaast vernietigt de Hoge Raad ambtshalve het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel is toegepast, conform een eerdere beslissing, en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast volgens artikel 6:4:20 Sv Pro.
De rest van het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden en de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel wordt ambtshalve vernietigd.