ECLI:NL:HR:2020:906

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2020
Publicatiedatum
18 mei 2020
Zaaknummer
19/02371
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 94a.4 SvArt. 94a.5 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing beslag op sieraden in witwas- en wapenzaak

De zaak betreft een klaagschrift tegen beslaglegging op sieraden onder de ex-partner van de klaagster, in het kader van verdenking van witwassen en wapenbezit. De rechtbank Oost-Brabant had het beklag ongegrond verklaard, waarbij onduidelijk bleef of het beslag was gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro of artikel 94a Sv.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten te onderzoeken of het beslag was gelegd op grond van artikel 94a Sv en of de specifieke voorwaarden van artikel 94a.4 of 94a.5 Sv zich voordeden. Ook was het oordeel over het voortduren van het belang van de strafvordering onjuist gegeven het standpunt van de officier van justitie.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor een volledige herbeoordeling en afdoening van het klaagschrift. De uitspraak is gegeven door de vice-president en twee raadsheren op 19 mei 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02371 B
Datum19 mei 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 12 april 2019, nummer RK 19/104, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot teruggave aan de klaagster van de onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen sieraden zoals vermeld onder a. tot en met f.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.6 tot en met 2.11.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2020.