ECLI:NL:HR:2020:939
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over onroerendezaakbelasting gemeente Amsterdam
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2017 betreffende een onroerende zaak in Amsterdam.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende en het College respectievelijk een conclusie van repliek en dupliek indienden. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.