Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2018, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een daarbij behorende boetebeschikking.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de zaak geen vragen bevat die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het beroep in cassatie werd verklaard ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.