Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde diefstal bij woninginbraken in Haarlem. De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen van de verdachte beoordeeld en deze verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft.
Ambtshalve heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis heeft toegepast als sanctie bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914) waarin is bepaald dat gijzeling van gelijke duur als alternatief kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het vervangende hechtenis betreft en bepaalt dat gijzeling conform artikel 6:4:20 Sv Pro kan worden toegepast. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bevestigt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.