Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake woninginbraken in Haarlem en medeplegen van poging tot gekwalificeerde diefstal. De verdachte werd door het hof veroordeeld en verplicht tot betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en verworpen, zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Wel heeft de Hoge Raad ambtshalve geoordeeld dat het hof onjuist heeft gehandeld door vervangende hechtenis toe te passen in de schadevergoedingsmaatregelen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis is toegepast en stelt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt verduidelijkt hoe sancties bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen moeten worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.