ECLI:NL:HR:2020:99

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2020
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
19/03702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2015

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting 2015, de beschikking revisierente en de beschikking belastingrente heeft behandeld.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020 door de vice-president en raadsheren van de belastingkamer.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03702
Datum24 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2019, nr. BK-18/01141, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (SGR 18/2452) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelastingbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking revisierente en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.