ECLI:NL:HR:2020:995

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
29 mei 2020
Zaaknummer
19/01493
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 279 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene had een verzoek tot aanhouding van de behandeling van het onderzoek tot tussentijdse terechtzitting (ttz) ingediend, omdat zijn raadsman geen contact met hem kon krijgen om een machtiging te verkrijgen.

Het hof wees het aanhoudingsverzoek af met de overweging dat de oproeping voor de ttz correct was betekend en dat er geen reden was de zaak aan te houden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit de toelichting van de raadsman blijkt dat de betrokkene mogelijk niet op de hoogte was van de ttz, omdat de oproeping niet persoonlijk aan hem was uitgereikt en het hof niet had vastgesteld dat hij anderszins geïnformeerd was.

De Hoge Raad stelt dat het hof niet heeft aangetoond dat de feitelijke grondslag van het aanhoudingsverzoek niet aannemelijk was en dat het hof geen belangenafweging heeft gemaakt tussen de betrokken belangen bij aanhouding van het onderzoek. Daarom kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01493 P
Datum2 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 maart 2019, nummer 20/000767-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juni 2020.