ECLI:NL:PHR:2020:236
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding hoger beroep
In deze zaak betreft het een verzoek tot aanhouding van het onderzoek in hoger beroep door een niet-gemachtigde raadsman die alsnog een machtiging wil verkrijgen om de verdediging te voeren. Het hof wees het verzoek af met de motivering dat de dagvaarding correct was betekend en dat het risico bij de verdachte lag.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad oordeelt dat het hof de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd. Het hof heeft nagelaten een belangenafweging te maken tussen het aanwezigheidsrecht van de verdachte en het belang van een spoedige berechting. Tevens is onduidelijk of de verdachte daadwerkelijk op de hoogte was van de zittingsdatum.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep. De zaak betreft een ontnemingsmaatregel opgelegd door de politierechter, waartegen hoger beroep is ingesteld. De betrokkene was niet verschenen op de zitting in hoger beroep, maar diens raadsman verzocht om aanhouding wegens het ontbreken van een machtiging.
De Hoge Raad benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en belangenafweging bij verzoeken tot aanhouding in hoger beroep, met name wanneer het gaat om het aanwezigheidsrecht van de verdachte en de rol van diens raadsman.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding en wijst zaak terug voor nieuwe behandeling.