Uitspraak
1.De beschikking van de rechtbank
2.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het cassatiemiddel
4.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De rechtbank Gelderland verklaarde de uitlevering van de opgeëiste persoon naar Turkije toelaatbaar vanwege betrokkenheid bij de invoer van ecstasypillen vanuit Nederland naar Turkije. Het uitleveringsverzoek was gebaseerd op een uittreksel van het verzoek van de voorzitter van de 3e meervoudige kamer in zware strafzaken Kocaeli.
De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, waarbij hij onder meer een beroep deed op een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het vonnis konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering naar Turkije.