Conclusie
Nummer21/00042 U
Inleiding
Het middel
kanopleveren”.
De officier van justitie licht de vordering toe:
[…]
Voorts heb ik acht geslagen op de slechte gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon zoals dat naar voren is gekomen in het Pro Justitia-rapport. De juridische vraag die vandaag door de rechtbank beantwoord moet worden, is of de opgeëiste: persoon bij uitlevering wordt blootgesteld aan een dreigende flagrante inbreuk van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), zodat dit de uitlevering in de weg staat. De gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon speelt echter bij beantwoording van deze vraag geen rol en komt pas aan de orde bij de beoordeling van de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) over de uitvoering van de uitlevering.
[…]
De raadsman voert het woord:
[…]
De officier van justitie repliceert en zegt:
[…]