ECLI:NL:HR:2021:1056
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake onroerendezaakbelastingen en rioolheffing
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland had behandeld. De zaak betrof beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen over de jaren 2015 tot en met 2018, alsmede de aanslag rioolheffing over 2018 betreffende een onroerende zaak te [Z].
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof bevestigd en bleef de aanslag onroerendezaakbelastingen en rioolheffing ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof wordt bevestigd.