ECLI:NL:HR:2021:1097

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
8 juli 2021
Zaaknummer
20/00607
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 22 RvArt. 843a Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verstrijken contractuele vervaltermijn terugkoopregeling

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de contractuele vervaltermijn van een terugkoopregeling was verstreken. Eiser stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de termijn was verstreken en dat zijn verzoeken onterecht waren afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van lagere instanties en beoordeelt de klachten van eiser over het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en ziet geen aanleiding tot nadere motivering, mede vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding. De uitspraak bevestigt daarmee de rechtsgeldigheid van het oordeel dat de vervaltermijn is verstreken en de afwijzing van de vorderingen op grond van artikel 22 Rv Pro en artikel 843a Rv.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00607
Datum9 juli 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. PRORAIL B.V.,
gevestigd te Utrecht,
2. RAILINFRATRUST B.V.,
gevestigd te Utrecht,
hierna gezamenlijk: Prorail,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: M.W. Scheltema,
3. GEMEENTE BEST,
zetelende te Best,
hierna: gemeente Best,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/01/270417 / HA ZA 13-808 van de rechtbank Oost-Brabant van 19 augustus 2015;
de arresten in de zaak 200.194.613/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 januari 2017 en 19 november 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 19 november 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Prorail heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. Tegen gemeente Best is verstek verleend.
De zaak is voor Prorail toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prorail begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van gemeente Best begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 juli 2021.