Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 en 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen nadere motivering gegeven omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.