ECLI:NL:HR:2021:1118
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende kosten van vervolging. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden, zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 1 februari 2021 via het digitale dossier en een notificatie per e-mail in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 15 maart 2021, maar belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld.
Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op basis van artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 9 juli 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.