Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit illegale handel in beschermde inheemse vogels. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had deze vordering toegewezen. De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom geen vergelijking werd gemaakt tussen de strafbare situatie en een hypothetische rechtmatige situatie.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet tot vernietiging van het arrest kan leiden en dat het niet nodig is om de motivering nader toe te lichten in het belang van de rechtsontwikkeling. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden door late indiening van stukken en de lange duur van de procedure.
Desondanks leidt deze termijnoverschrijding niet tot een ander rechtsgevolg in deze zaak. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangende strafzaak waarin compensatie kan worden toegepast. Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.