ECLI:NL:HR:2021:1124

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
9 juli 2021
Zaaknummer
19/02591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13.1.a Flora- en faunawet (oud)Art. 5.1 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (oud)
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste verwerping vrijstelling illegale handel beschermde bosfazanten

In deze strafzaak stond de illegale handel in beschermde inheemse vogels, specifiek de bosfazant, centraal. De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meermalen gepleegde verkoop van deze beschermde diersoort, waarbij het hof een beroep op vrijstelling op grond van het oude Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten afwees.

De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest, met name ten aanzien van de beslissing over de vrijstelling, en tot terugwijzing van die onderdelen naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens werd voorgesteld de opgelegde taakstraf te verminderen.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het beroep op vrijstelling had verworpen, verwijzend naar de motivering in een gelijktijdig arrest (HR:2021:1100). Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de vrijstelling betrof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling. De overige cassatiemiddelen werden niet behandeld vanwege de vernietiging en terugwijzing.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare zitting op 13 juli 2021.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de verwerping van de vrijstelling betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02591 E
Datum13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 17 mei 2019, nummer 21-003937-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akten is het beroep niet gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde. Namens de verdachte heeft J.L.J.M. van de Mortel, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover het betreft de beslissingen inzake feit 1, en tot terugwijzing naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. Vervolgens heeft de advocaat-generaal aanvullend geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft op de conclusie en de aanvullende conclusie schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van een beroep op vrijstelling.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 19/02592, ECLI:NL:HR:2021:1100.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen zoals hiervoor onder 1 is weergegeven;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juli 2021.