ECLI:NL:HR:2021:1130

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
9 juli 2021
Zaaknummer
20/02773
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 8.2.a WVW 1994Art. 9.2 WVW 1994
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep bij rijden met ongeldig rijbewijs en onder invloed

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof de zaak met parketnummer 96-133218-19 buiten hoger beroep heeft gehouden. De verdachte werd veroordeeld voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en rijden onder invloed.

In cassatie klaagt de verdachte dat het hof ten onrechte de zaak buiten hoger beroep heeft gehouden. Uit het procesverloop blijkt echter dat de verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis van de rechtbank heeft ingediend en ook niet mondeling bezwaren heeft opgegeven tijdens de terechtzitting in hoger beroep. Dit geldt ook voor de beslissingen in de betreffende zaak.

De Hoge Raad oordeelt dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn klacht omdat hij niet heeft voldaan aan de vereisten om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. De niet-ontvankelijkverklaring door het hof is daarom niet onjuist. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn klacht wegens het ontbreken van grieven in hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02773
Datum13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 juli 2020, nummer 22-004284-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, de zaak met parketnummer 96-133218-19 buiten het hoger beroep heeft gehouden.
2.2
Het procesverloop is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2. Daaruit blijkt in het bijzonder dat de verdachte geen schriftuur met grieven tegen het vonnis van de rechtbank heeft ingediend en ook niet ter terechtzitting in hoger beroep mondelinge bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of doen opgeven, ook niet waar het de beslissingen van de rechtbank in de zaak met parketnummer 96-133218-19 betreft, welke zaak volgens het cassatiemiddel door het hof ten onrechte buiten het hoger beroep is gehouden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat in de cassatieschriftuur niet wordt aangegeven dat en waarom de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep onjuist zou zijn, heeft de verdachte onvoldoende belang bij zijn klacht.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juli 2021.