Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof de zaak met parketnummer 96-133218-19 buiten hoger beroep heeft gehouden. De verdachte werd veroordeeld voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en rijden onder invloed.
In cassatie klaagt de verdachte dat het hof ten onrechte de zaak buiten hoger beroep heeft gehouden. Uit het procesverloop blijkt echter dat de verdachte geen schriftelijke grieven tegen het vonnis van de rechtbank heeft ingediend en ook niet mondeling bezwaren heeft opgegeven tijdens de terechtzitting in hoger beroep. Dit geldt ook voor de beslissingen in de betreffende zaak.
De Hoge Raad oordeelt dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn klacht omdat hij niet heeft voldaan aan de vereisten om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. De niet-ontvankelijkverklaring door het hof is daarom niet onjuist. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de verdachte onvoldoende belang heeft bij zijn klacht wegens het ontbreken van grieven in hoger beroep.