Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam over een klaagschrift ingediend door klager, verdacht van een overtreding van artikel 5 WVW Pro 1994. De kern van het geschil is dat de behandeling van het klaagschrift in de raadkamer plaatsvond zonder aanwezigheid van klager en zijn raadsvrouw, terwijl hen was toegezegd dat de behandeling op een later tijdstip zou plaatsvinden.
De advocaat-generaal concludeerde dat hierdoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden, omdat klager en zijn raadsvrouw niet de gelegenheid kregen zich uit te laten over het klaagschrift. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de bestreden beschikking.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe behandeling en afdoening van het klaagschrift, waarbij de procesorde en het recht op hoor en wederhoor moeten worden gewaarborgd.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte procesvoering en het respecteren van fundamentele beginselen van behoorlijke procesorde in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling met inachtneming van hoor en wederhoor.