ECLI:NL:PHR:2021:516

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
27 mei 2021
Zaaknummer
20/02728
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 23 lid 2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking wegens schending hoor en wederhoor bij beslagauto

De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift tot teruggave van een Audi S7 Sportback ongegrond. De klager, niet zijnde de beslagene maar eigenaar van de auto, stelde dat de behandeling van het klaagschrift in raadkamer onjuist was verlopen doordat hij en zijn raadsvrouw niet aanwezig konden zijn door een miscommunicatie over het tijdstip van de zitting.

De raadsvrouw had voorafgaand aan de zitting verzocht om een ander tijdstip vanwege een andere zitting, waarvoor akkoord was gegeven. Door een misverstand werd dit gewijzigde tijdstip echter niet doorgegeven aan de officier van justitie en de rechtbank, waardoor de behandeling toch op het oorspronkelijke tijdstip plaatsvond zonder aanwezigheid van klager en raadsvrouw.

De Hoge Raad oordeelde dat hierdoor de klager en zijn raadsvrouw de mogelijkheid tot het geven van een toelichting werd ontnomen, hetgeen in strijd is met de beginselen van behoorlijke procesorde, in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor een correcte behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer20/02728 B
Zitting1 juni 2021
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klaagster.

1.Het cassatieberoep

1.1.
De rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 20 augustus 2020 het klaagschrift, strekkende tot teruggave van een personenauto, te weten een Audi S7 Sportback, ongegrond verklaard.
1.2.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld over de behandeling in raadkamer.
1.3.
Het beklag heeft betrekking op een beslag dat in een strafzaak tegen een ander dan de klager is gelegd op een Audi S7 Sportback. De klager, die niet de beslagene is, stelt eigenaar te zijn van deze auto. Het klaagschrift is op 20 augustus 2020 in raadkamer behandeld.

2.Het middel

2.1.
Geklaagd wordt dat de behandeling in raadkamer ten onrechte buiten de aanwezigheid van de klager en zijn raadsvrouw heeft plaatsgevonden zodat sprake is geweest van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.
2.2.
Daartoe is aangevoerd dat de klager en diens raadsvrouw weliswaar op een juiste manier voor de raadkamerzitting zijn opgeroepen, maar dat voorafgaande aan de zitting was besloten de zitting op een later tijdstip te houden vanwege verhindering van de raadsvrouw. Desalniettemin heeft de zitting door een miscommunicatie
welop het oorspronkelijke tijdstip plaatsgevonden, waardoor de klager en zijn raadsvrouw niet in de gelegenheid zijn geweest om het klaagschrift nader toe te lichten, hetgeen nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gewezen beschikking meebrengt. [1]
2.3.
Het proces-verbaal van de raadkamerzitting houdt in:
“Aan de orde is het klaagschrift op de voet van artikel 552a van het Wetboek van strafvordering (Sv) van:
[klaagster] , klager,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
wonende te [plaats] , [a-straat 1] ,
voor deze zaak domicilie kiezende te 3111 AX Schiedam, Tuinlaan 120 ten kantore van zijn raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart.
De klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De raadsvrouw, mr. K.C. van de Wijngaart, is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De belanghebbende, [betrokkene 1] , is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
(…)
De rechter spreekt de beslissing van de rechtbank uit. Dit proces verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.
Later in de ochtend is de raadsvrouw verschenen, zij had in een eerder stadium aan de griffie van de rechtbank verzocht om een ander tijdstip voor de behandeling van de zaak wegens een andere zitting. Hiervoor heeft zij akkoord gekregen. Door een misverstand is het veranderde tijdstip niet doorgegeven aan de officier van justitie en de samenstelling van de rechtbank, zodat zij ten onrechte in afwezigheid van de raadsvrouw en de klager het beklag hebben behandeld.”
2.4.
De beschikking houdt het volgende in:

Procedure
Op 22 april 2020 is op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een klaagschrift ingediend.
Het klaagschrift is op 20 augustus 2020 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. H. van Galen is gehoord.
De klager en de raadsvrouw zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
(…)
Later in de ochtend is de raadsvrouw van klager verschenen. Zij had in een eerder stadium aan de griffie van de rechtbank verzocht om een ander tijdstip voor de behandeling van de zaak wegens een andere zitting. Hiervoor heeft zij akkoord gekregen. Door een misverstand is het veranderde tijdstip niet doorgegeven aan de officier van justitie en de samenstelling van de rechtbank, zodat zij in afwezigheid van de raadsvrouw en de klager het beklag hebben behandeld.”

3.Beoordeling van het middel

3.1.
De beschikking bevat geen nadere overweging over de consequenties van het gerezen misverstand over het tijdstip van de zitting. Op grond van hetgeen hiervoor uit de stukken is weergegeven, moet worden aangenomen dat aan de raadsvrouw is toegezegd dat de behandeling van het klaagschrift in de raadkamer op een later tijdstip zou plaatsvinden. Dit brengt mee dat de klager en de raadsvrouw ervan uit mochten gaan dat de zaak op het eerdere afgesproken tijdstip op 20 augustus 2020 niet zou worden behandeld. Door deze wijze van handelen heeft de rechtbank aan de klager en zijn raadsvrouw de gelegenheid ontnomen zich uit te laten over het klaagschrift. De rechtbank heeft daarmee gehandeld in strijd met de beginselen van behoorlijke procesorde, in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor. [2] Het middel klaagt daarover dan ook terecht.

4.Conclusie

4.1.
Het middel slaagt.
4.2.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
4.3.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Rotterdam.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Daarbij wordt door de steller van het middel gewezen op o.a. HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:972,
2.Zie ook art. 23 lid 2 Sv Pro.