Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 juli 2021.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 19 november 2020, die betrekking heeft op een zaak onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is op 16 juli 2021 gegeven door de raadsheren C.E. du Perron (voorzitter), C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank Gelderland in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Gelderland blijft in stand.